Gedichtendag

Heb door moerassen gewaad, al dan niet menselijk

Heb door bossen gewaad

Door velden vol spinrag

Heb dagenlang in velden gestaan

Ingestreken met lijm of speeksel

En werd bezocht door alles wat vleugels had

Heb gegrepen wat ik kon en begrepen wat ik niet kon

Vergeten

Ben nooit eenzaam geweest

Heb het nochtans geprobeerd

Het was sterker dan mezelf

Heb het mezelf nooit leren te vergeven

Ben door de ene mond naar binnen gekomen

En door de andere mond naar buiten geworpen

En ondertussen werd ik bekleed

Met alles wat ik niet kon vergeten

Heb eindelijk beseft dat er niets te beseffen valt

Behalve de drang om op en neer te springen

Onophoudelijk en koppig op en neer te springen

Voorbij de rede en voorbij vermoeidheid en voorbij de hoop

En dan in die beweging mijn beide handen naar u op te houden

En het besef dat nooit iets u ertoe kon brengen

Om ooit, al was het maar één keer,

Eén vinger naar mij uit te steken

Peter Verhelst