Mijn beste P,
Hoe lang is het ondertussen al geleden dat we de discussie popmuziek versus klassieke muziek hadden? Het moet zowat een jaar zijn? De inspiratie om je van repliek te dienen is sindsdien met vlagen op en af gegaan, en op sommige momenten dacht ik echt dat het onbegonnen werk was om wat mij passioneert in popmuziek zodanig te verwoorden dat ik jou er van zou overtuigen dat wat je hoort op de radio slechts het topje is van een ijsberg die je niet kiest te verkennen. Nog altijd ben ik daarvan
overtuigd, maar bij deze doe ik toch een poging om de discussie aan de gang te houden. Ten slotte, P, met jou discussiëren over muziek is voor mij bijna even leuk als naar muziek luisteren zelf. En dat is een groot compliment!
Toen heb je mij een CDtje meegegeven met muziek waar jij op dat moment weg van was. In mijn iTunes is het nog altijd terug te vinden onder "Turangalîla-Symphonie" van Kent Nagano, Pierre-Laurent Aimard & Dominique Kim. Kijk eens daar heb je mijn eerste puntje van verschil al. Weet je hoe pretentieus dit overkomt voor iemand die gewoon is te luisteren naar popalbums? Hoe heten de klassiekers eigenlijk in klassieke muziekland? In popland is dat "Nevermind" van "Nirvana", of "de
bananenplaat" van "The Velvet Underground".
Toch had ik je beloofd om er naar te luisteren, en je mijn mening te geven erover. Het was zo dat ik slechts een paar luisterbeurten had kunnen uitzitten, en het me niet echt veel had gedaan. Ik had het gevoel gehad dat de pauken erin liepen om bombastisch te doen en de violen erin liepen om stroperig te doen en dat dit alles ferm intellectueel uit de doeken kon gedaan worden als je de handleiding las, daar heb je die drempel weer, maar wat belangrijker was: ik had er geen gevoel bij, het
sprak enkel tot mijn verstand. En dan nog in een taal die de mijne niet was.
Dat was mijn mening over wat je me naar had doen luisteren. Jij vindt de muziek mooi en ik niet, zo kunnen we het wat samenvatten. Ik had je toen ook beloofd om uit mijn collectie van popmuziek een plaat te kiezen om jou kennis te laten maken met de popmuziek die voor mij echt van betekenis is. Ik dacht toen in de richting van iets van
Tom Waits, of
Blemishvan
David Sylvian, of iets van
Einstürzende Neubauten, of
Sgt Peppersvan
The Beatles, of iets van
Aphex Twinof
(Smog), of een van de latere
RadioHeadalbums. Allemaal popmuziek in de brede zin van het woord, maar popmuziek die óók op een intellectueel niveau aanspreekt.
Onbegonnen werk. Gelijk welke van deze platen zou je hebben kunnen afdoen als een "verdienstelijke poging". Een verdienstelijke poging om een stuk te maken met de omvang van een symphonie, een verdienstelijke poging om nuance in een compositie te brengen, een verdienstelijke poging om een kunstwerk te maken. Een verdienstelijke poging, maar net niet.
Nee, met een van deze platen zou ik je niet hebben kunnen overtuigen. Het begon er hopeloos uit te zien en ik had het bijna opgeven, maar onlangs begon het me te dagen. Niet in die platen zit de essentie van wat ik mooi vind aan popmuziek, eerder integendeel. Het zijn verre uitwasemingen van mijn excursies in popmuziek maar ze hebben eigenlijk nog weinig met popmuziek an sich te maken.
De essentie van popmuziek ligt elders voor mij, en ik zou mijn punt niet slechter hebben kunnen illustreren dan met één van deze platen. In wezen zie ik het verschil tussen popmuziek en klassieke muziek als volgt: een componist van een klassiek werkstuk heeft ambitie. Hij wil kunst maken. Hij wil een
Nieuwe wereldsymphoniemaken die de vooruitgang in muzikale kaart brengt. Hij wil een
Ode aan de vreugde makenof een
Etudevan pianotechnieken, of een hoogmis die met een passie uit de bijbel God zelve eer aan doet. Een popmuzikant neemt zijn gitaar, klimt op een podium en zingt een liedje ... en eigenlijk dan nog enkel voor de vrouwen in het publiek. Het thema is "I love you" en als je niet op je woorden kunt komen vul je dat aan met "Yeah Yeah Yeah" en het aantal akkoorden waar je je toe moet beperken is te tellen op één hand. Je moet van goede huize zijn om daarin nog het verschil te
maken.
En toch zijn er mensen die het doen. Daarom, beste P, is mijn keuze voor jouw luisterhuiswerk gevallen op een liedje. Eén enkel liedje van een Vlaams artiest wiens carrière lang is en die dus eigenlijk op de terugweg zou moeten zijn, maar zoals goede wijn beter wordt met de jaren. Het is een onbenullig liedje, maar in al zijn onbenulligheid illustreert het het punt dat ik wil maken juist heel goed.
Luister de komende twee weken herhaaldelijk naar
2 meisjesvan
Raymond Van Het Groenewoud. Ik weet het, je kent het nummer waarschijnlijk van de radio, en misschien, waarschijnlijk, vond je er niks aan, maar afspraak is afspraak en dit is mijn opdracht: luister en herbeluister dit nummer.
Om nog een ander punt duidelijk te maken: de context is belangrijk. Nu weet ik niet of je op de hoogte bent van Raymond Van Het Groenewoud's doen en laten, dus laat ik het eens schetsen, ook al weet ik niet of ik zelf voldoende op de hoogte ben om het accuraat te schetsen. Desalniettemin: een poging.
Raymond bezong in zijn carrière meermaals het genot van het vrouwelijk schoon. Soms te veel op maat gesneden van Vlaamse bierfeesten, laten we wel wezen, maar soms heel mooi en altijd spits in zijn taalgebruik. Maria, Maria, ik hou van jou, voor jou sta ik uren in de kou. Meisjes, ze maken je kapot meneer. Ze kan zo lekker koken, ze kan zo lekker lopen, ze kan al wat ik wil dat ze kan. Vrouwen, het is me toch wat, van boven de hersens van onder het nat. Raymond heeft er zijn carrière al op
zitten, voor het geld hoeft hij het niet meer te doen en in het Vlaanderenland kan hij enkel nog de zalen afschuimen en de Gentse Feesten afsluiten om de mosterd op de kaas tussen zijn boterham te verdienen.
Context is belangrijk. Als zo iemand dan een nummer maakt als "2 meisjes op het strand" dan hoor je extra onderlagen. Misschien zijn die er niet eens, misschien bestaan ze alleen in mijn verbeelding, maar ik hoor ze wel. Het nummer begint eenvoudig: een pianodeuntje van een paar noten en een baslijntje zetten het thema neer. De expositie noemen ze dat zeker in klassieke muziekmilieus? De zanger vertelt waar het om gaat. Niks speciaals, twee meisjes op het strand, ze lezen modeblaadjes, ze
kijken in het rond, ze dromen van een prins. Dat is een beeld dat we kennen, zomers, op het strand liggen en kijken naar de twee meisjes die iets verderop liggen, en die prins dat ben jij (of ik). Maar dit is Raymond. Kijkt hij ook nog op die manier naar de meisjes? Hij is over de vijftig, en hij heeft een nieuw lief. Nooit rust?
De gitaar valt in, het thema wordt herhaald, het nummer komt los. Het heeft weinig om het lijf, bijna letterlijk. De tweede strofe vertelt niks verrassend, eigenlijk net hetzelfde en vervolgt met even banale feiten: ze zoeken in hun tas, ze wijzen naar de foto's, ze schudden met hun haar, ze praten met een vriend. Wat zou ik graag deelnemen aan dit tafereel! Nog zo een strofe, twee meisjes op een plank gedragen door de golven het branden van de zon, de wijzers houden op, de dag ten
einde.
En dan het vervolg: de dag brengt ouderdom, de nacht brengt vreemde uren, het deken is zo zwaar, een bladzijde slaat om. Over wie gaat dit hier? Is het Raymond zelf die niet kan slapen met in de herinnering deze meisjes die stoeien op het strand? Slaat hij een bladzijde uit zijn leven om of slaat hij een bladzijde om uit het boek dat hij er bij heeft gehaald om zijn gedachten van die meisjes af te houden? Of zijn het de meisjes, die nog te pril zijn om een man te vangen en samen in hetzelfde
bed slapen, en samen een boekje lezen? Het wordt in het midden gelaten en een gitaar valt in met één langgerekte klagerige noot en vervolgt met een scheurende solo.
Dit is waar de radiopresentator meestal invalt. Radio dient niet om naar te luisteren. Deze solo duurt te lang voor de radio, hij scheurt maar door, en vertolkt een schrijnend verlangen. Van beiden: de meisjes, verlangend naar hun eerste speklief. Van Raymond, berustend in zijn strandzetel, maar toch niet kunnen nalaten van te kijken en te fantaseren hoe deze meisjes straks in bed liggen.
Deze solo is het nummer zelf, en leidt ons terug naar het deuntje van in het begin, in al zijn eenvoud, de twee meisjes op het strand. Welke foto van Helmut Newton kan tegen dit portret op? Welke goddelijke meisjes en welk ongelooflijk getalenteerd fotograaf zouden nodig zijn om deze schets van Raymond in al zijn nuances in één beeld te vatten? Het is onmogelijk. En dat is waar het me om gaat, mijn beste P. Eenvoud. Schoonheid door eenvoud. Dat is wat popmuziek voor mij is.
Als een boer over zijn land loopt dan ziet hij planten van soorten waar wij als stadsmensen het bestaan niet van afweten, in toestanden die we niet konden vermoeden te bestaan. Die gevarieerdheid aan planten is zijn leefwereld en hij kan de schoonheid van die planten appreciëren op een manier die ons petje te boven gaat. Voor ons stadsmensen bestaan er mooie planten en lelijke planten, planten met bloemen en planten met stekels.
Omgekeerd ziet een boer in de stad enkel beton en ziet hij niet de nuances tussen een fijn gestileerd art déco gebouw en de publieksbibliotheek. Allemaal beton. Hij denkt in termen als "grote schuur" en "stevige schuur" en "mooie schuur", maar als hij de stad moet omschrijven: veel schuren, veel beton.
Zo is deze discussie P, en zo is mijn opdracht aan jou: luister naar Raymond's "Twee Meisjes" en probeer het te doen zoals ik dat doe. Zoals een boer kijkt naar een koe, misschien. Maar wat een koe, zo een koe vind je niet meer, zo een koe vind je nergens. Zo maken ze ze niet meer, meneer.
Tot wederschrijfs, Kristof
Interview met Raymond