
Kristof schrijft over cultuur in en rond Gent. Vooral over muziek maar ook politiek, hedendaagse kunst, film, techniek, theater en literatuur komen soms aan bod.
Kristof is working as a freelance C++ Mac developer in Belgium, using his one man company.
Deze blog is gemaakt met TextMate, YAML en wat eigen PHP-scriptjes. De titel van deze blog is ontleend aan een een nummer van The Evil Superstars.
Wie me persoonlijk wil mailen kan terecht op kristof at dit domein.
© Kristof Van Landschoot 2004-2010
Ondertussen ben ik helemaal klaar om te vertrekken naar Los Angeles en het WWDC, alwaar ik als een echte Apple-fanboy de nieuwste gadgets kan gaan bewonderen die Steve Jobs voor me heeft gemaakt en die mijn leven zullen veranderen. Of gewoon een week tussen nerds zitten die van programmeren en van Apple-computers houden, het is wat u wilt geloven.
Deze week was naast de voorbereiding voor de reis redelijk druk. Er waren Les Nuits Botanique alwaar ik voor daMusic twee reviews gedaan heb (er staat nog maar één online) en er was een optreden van Black Box Revelation dat ik ook voor daMusic besproken heb.
Vooral Au Revoir Simone verraste aangenaam. De vorige keer in de botanique vond ik ze nog te seutig, nu waren ze gewoon dromerig en snoezig. Meer moet dat niet zijn wat review betreft, toch? Enfin, en een filmpje misschien, zo kunt u zich beter een idee vormen.
Bovendien zijn we naar het Kunstenfestivaldesarts geweest. Dat is zo een beetje als het filmfestival in Gent, maar dan voor theater, dans en performances. De eerste avond zat er een dame naast me in de zaal haar boterhammen op te eten. Zo herken je de echte liefhebbers ook op het filmfestival: geen tijd om te eten want we willen drie voorstellingen zien vandaag.
Alvast even vermelden wat ik niet gezien heb: Enjoy Poverty is een kritische, bijna cynische film over de armoede in Afrika die argumenteert dat armoede het belangrijkste exportproduct is en dat ze dat daar beter alsdus kunnen gebruiken. De Nederlander leert bijvoorbeeld de arme negertjes hoe ze het best een uitgemergeld lijf fotograferen om het door te verkopen aan de nieuwsagentschappen. Klinkt heel interessant, vooral omdat tegendraadse stemmen nu eenmaal dikwijls interessant zijn en er waarschijnlijk wel een groot deel waarheid in zit. Nu ook te zien in de bioscoop blijkbaar. Een aanrader, ook volgens Humo.
De eerste voorstelling die ik wél zag was La Danseuse Malade van ene Boris Charmatz. Zelf zag ik er gewoon een mooi stuk poëzie in, prachtig geënsceneerd met een vrachtwagen op het podium, maar ik ben geen kenner en mijn vriendin wel. Zij vertelde me dat het een stuk dans over dans was en over hoe de kunstenaar probeert het idee van "een museum voor dans" uit te werken in zijn voorstellingen. Dat vind ik dan weer mooi zie, dat kenners heel andere dingen zien dan ikzelf, en dat een stuk op verschillende niveaus kan werken.
Over het stuk Rire waren we iets minder enthousiast. Het gaat hier namelijk om een persoon die gedurende een uur lacht op het podium. Volgens een partituur. Ha. Ha. Haha. Ha. Haaaaa. Hi. Ha. Etc... Dat werkt voor sommige mensen aanstekelijk, voor sommige mensen enerverend en mij liet het een beetje koud, behalve dan misschien als sociaal experiment: je kunt verschillende lachen in de zaal onderscheiden. Sommige mensen lachen in het begin direct maar houden er mee op als blijkt dat er aan het concept niet veel gaat veranderen en dat je voor een uur vast zit te kijken naar iemand die op een podium lacht volgens een partituur. Anderen beginnen pas naar het einde toe los te komen en halen dan een bulderlach boven.
De revelatie voor mij was gisteren: het stuk Purgatorio van Romeo Castellucci. Als het doek opgaat ben je in de huiskamer waar een moeder in een heel mooi jaren 70-interieur achter het fornuis staat en het zoontje aan tafel zit. Een adembenemend mooi decor met heel veel aandacht voor details: perfecte belichting met lampjes tot in de frigo en even perfecte geluidjes. Zelfs als de moeder een wortel snijdt dan hoor je dat bijna als in een film.
Er gebeurt niet veel maar er is wel voortdurend een onderhuidse spanning van iets dat gaat gebeuren. Na vijf minuten verandert de hele opstelling en krijgen we nog zo'n bloedmooie scène in de slaapkamer van de jongen. Kort nadien wordt weer alles omgegooid en krijgen we de living te zien, en de vader die thuiskomt.
Dan gebeurt de misdaad: de vader neemt de zoon mee naar boven en verkracht hem. We zien niks, het podium blijft minutenlang leeg, maar we horen alles, met op de voile die voor het podium hangt de mededeling dat de twee naar muziek aan het luisteren zijn. "De La Musique".
Achteraf komt de vader naar beneden, gevolgd door de jongen die tegen hem zegt: "maak je geen zorgen vader, het is voorbij".
De rest van het toneelstuk wordt dan veel symbolischer, met ongelooflijk mooi in beeld gebrachte droomsequenties en een raadselachtig slot. Dikwijls zit je je af te vragen hoe het mogelijk is dát beeld te creëren zonder computers te gebruiken. Van de sterren die in de laatste scène voor het podium hangen te roteren heb ik het ondertussen een beetje door, denk ik, maar bijvoorbeeld van de droomsequentie met de jongen in de planten is het me nog altijd niet helemaal duidelijk wel deel film was en welk deel live.
Niet dat dat er veel toe doet. Het effect was een ongelooflijk mooi gestileerde en heel aangrijpende voorstelling. Het deed me aan een hele serie dingen denken: Edward Hopper, Jimmy Corrigan, aan de trage gestileerde films van Antonioni en aan de konijntjes van David Lynch. Allemaal goede dingen, dus.
De hele voorstelling is deel van een trilogie rond Dante's Divine Comedy. Het voorgeborchte, waar deze voorstelling dus een beeld van wou vormen, is dat deel van de hel waar volgens onze lieve katholieke leer bijvoorbeeld ongedoopte mensen moeten wachten tot ze écht naar de hemel mogen. De huidige paus heeft het twee jaar geleden voor gesloten verklaard. Dante's beschrijving er van kun je volledig online vinden moest je écht tijd te veel hebben.
Een goede review van de voorstelling heb ik hier gevonden. Het moet me trouwens van het hart: die kunstenaars leven soms nog écht met hun kop in de middeleeuwen. Zo is er geen Wikipedia-pagina voor Castellucci maar enkel een magere Facebook-pagina die doorlinkt naar een Franstalige pagina over de regisseur. Artiesten hebben duidelijk hun eigen netwerken die los staan van het internet.
En nu we toch bezig zijn nog dit. De naam kunstenfestivaldesarts klinkt heel hautain en hermetisch en dat is toepasselijk. Het hele gebeuren lijkt dikwijls meer op een showcase voor mensen in het vak dan op een festival voor kunstliefhebbers. Als incognito boerke uit de provincie met vrienden in de branche trek ik me daar weinig van aan, maar ik kan me voorstellen dat de drempel niet voor iedereen onoverkomelijk is. Spijtig, want het is écht wel de moeite.
Met deze gedachte laat ik u in peis en vree terwijl ik oude offline horizonten verder verken. Tot over een week of drie!

